17 Oktober

Op weg naar de Masaļ

Ondanks flinke buikpijn deze nacht de tent niet uit gegaan. Bij het naar buiten schijnen waren er naar mijn mening iets te veel flonkerende oogjes in de verte. Bart werd midden in de nacht beroerd en waagde zich wel aan een bezoek aan het toilet. De spanning kwam echter niet van de dieren in de buurt, maar van de ranger die de wacht houdt rondom het kamp.
Schijnbaar vond hij een naar de wc rennende Bart (met zaklamp op zijn hoofd) zo verdacht dat hij het nodig vond om duidelijk hoorbaar zijn geweer door te laden. Zonder bloedvergieten werd dit nachtelijke avontuur verder probleemloos afgesloten.

Rond half 6 opgestaan en met veel pijn en moeite een kopje thee gedronken. Nadat de zon op was gekomen konden we vertrekken voor een erg vroege gamedrive. Bij het verlaten van het kamp zagen we de zebra (inmiddels zonder hoofd) nog steeds in het gezelschap van een twintigtal gieren. Na nog een aantal dinerfoto's gemaakt te hebben verder gereden voor een rit door het Tarangire park.

Al snel zagen we een klein soort antilope, de dikdik. Een erg schattig ogend diertje dat we nog niet eerder gezien hadden. In dit park kregen we er echter genoeg te zien want onder elk dicht bosje stonden er wel een paar. Even later ging ook een wens van Laura in vervulling. Stokstaartjes kennen ze namelijk niet in Tanzania, maar wel mangoesten. De grote (saaie) versie van dit dier hadden we al veelvuldig gezien, maar de dwergmangoesten maakten het niet aanwezig zijn van stokstaartjes helemaal goed. Boven, onder en in een termietenheuvel speelden en stoeiden de beestjes alsof hun leven er vanaf hing. Mooie foto momentjes dus, en een tevreden Laura.
Hoogtepuntje was een uitzichtspunt over de Tarangire rivier. Nou ja, de bedding van de Tarangire rivier want er stond totaal geen water in. Na het zien van nog een aantal olifanten (het wordt niet voor niets olifantenpark genoemd) en heel veel kleurrijke vogels zijn we teruggereden naar de campsite voor een brunch. Onderweg nog een safari auto tegengekomen met pech. De achteras was afgebroken (maar verder rijden gaat gewoon, Bert heeft uitgelegd hoe dit werkt, maar te technisch om op te schrijven) en er moest het e.e.a. aan de auto ingesteld worden, hetgeen die gids niet lukte. William hielp hem hiermee zodat ze de weg (wat langzamer dan normaal) konden vervolgen.

Tijdens de brunch (groenteomelet, worst, toast en pannenkoeken) kregen we te horen dat de crew vandaag afscheid van ons zou gaan nemen. We hadden rekening gehouden met twee dagen langer omdat in de reispapieren stond dat we in onze eigen tenten bij de Lengasiti gingen slapen. Dit bleek niet te kloppen. Snel de camera's gepakt om nog een leuke groepsfoto te maken. De crew had zich voor deze gelegenheid omgekleed en liepen ineens in spijkerbroek en T-shirt zonder scheuren.

William had op al zijn papieren de naam 'Dingi' staan. Navraag leerde ons dat het iets betekent als 'Papa', zijn bijnaam. Ook vertelde hij dat Babu opa betekent, al hoef je niet zelf opa te zijn, als je broer of zus kinderen heeft is het ook goed. Vanaf dit moment was Bert dus omgedoopt in Babu Bert!

Na de groepsfoto afscheid genomen van Frank, George en de persoon met de niet uit te spreken naam. William zou ons nog naar de Lengasiti brengen dus dat afscheid werd even uitgesteld. Na het inpakken van de auto met onze bagage en het overhandigen van de enveloppen met fooi zijn we vertrokken richting Arusha.
We reden met 140 per uur over de goed begaanbare wegen en al redelijk snel reden we de buitenwijken van Arusha binnen. Arusha bleek een erg grote stad te zijn met veel kleine winkeltjes. We stopten bij een wisselkantoor om nog wat dollars om te wisselen voor Tanzaniaanse dollars. Na het omwisselen richting een supermarkt gereden voor het kopen van frisdrank, wijn en vooral veel pennen, schriftjes en kleurboeken voor de Lengasiti basisschool. Bart en ik bleven bij de auto achter en het was opvallend dat we niet één keer zijn benaderd om geld te geven, souvenirs te kopen of snoep af te geven. Na een ruim half uur kwam de rest terug. Het bleek erg druk te zijn in de winkels en voorkruipen bij de kassa's schijnt een Tanzaniaanse nationale sport te zijn. Ook was het licht nog even uitgevallen zodat de kassa's niet gebruikt konden worden.

Na het inladen van de spulletjes met een rotgang verder gereden richting de tot dan toe onzichtbare Kilimanjaro. Vlak bij het Kilimanjaro vliegveld stopten we bij een afslag naar een zandpad waar iemand met een jeep ons stond op te wachten. Na kennis gemaakt te hebben met de man (Oley Kuney) de spullen uit de auto van William gehaald. Althans, dat was de bedoeling maar het kostte nogal wat moeite. Zoals al zo vaak tijdens de safari ging de achterdeur niet makkelijk open door al het stof, maar ditmaal hielp het overgieten met water niet en werd het slot na een dik kwartier met het nodige geweld geforceerd.

De spullen werden snel overgeladen in de veel kleinere auto van de Masaļ dokter en er werd afscheid genomen van William. Met de nodige moeite (vier man samengepropt op de achterbank en ik mocht voorin met de rugzakken) in de auto gaan zitten en over diverse onverharde wegen steeds verder de middle of nowhere ingereden. Het voelde best spannend om met een compleet onbekende het totaal onbekende in te rijden. Vooral toen hij in het 'niets' de auto stopte en ons vroeg uit te stappen. We liepen een stukje richting een boom waar Oley een naald van af brak. Deze naald kneep hij uit en het spul wreef hij over zijn lippen. De Masaļ gebruiken dat spul als lippenbalsem of als shampoo. Na het zelf ook geprobeerd te hebben liepen we weer richting de auto waar we ons weer in wisten te proppen. Niet veel later stopte Oley weer om ons een ander soort struik te laten zien. De takken van deze struik worden gesplitst door de lokale bevolking. Hoe verder deze tak gesplitst kan worden zonder af te breken, hoe beter het is. De Masaļ stellen vragen aan deze struik en een lange splitsing is een positief antwoord, een korte negatief.

Weer terug naar de auto gelopen en richting het Masaļ dorp gereden. Onderweg van Oley heel veel uitleg gekregen over Masaļ cultuur. Zo passen de kleine kinderen op jonge geitjes, de oudere op gewone geiten, de nog iets oudere op kalveren en de oudste kinderen op de koeien. Als tieners worden ze minimaal een half jaar de bush ingestuurd met een groep om te overleven. De helft!!! hiervan komt nooit meer levend terug. Daarna komen ze terug en zijn ze een volwassene en krijger.
Na een lange hobbelrit kwamen we aan in een dorpje waar naast een heleboel leemhutten ook twee grote stenen huizen stonden. Eén van die huizen bleek gereserveerd voor ons. Een groot huis met een ijzeren poort die we van Oley nooit op slot mogen doen, net als de voordeur. Diefstal zou voor hem een grote schande zijn aangezien hij één van de Masaļ hoofdmannen (van alle Masaļ) is.

Nadat we het huis met 5 slaapkamers en twee badkamers bekeken hadden (er was zelfs stroom via een hele serie auto accu's die door zonnecellen opgeladen worden) gingen we naar buiten om samen met Oley de Kilimanjaro te gaan bekijken. De Kilimanjaro was tot dat moment in wolken gehuld, maar werd steeds beter zichtbaar. De complete bergketen blijkt Kilimanjaro te heten, en niet alleen de ene bekende top. Na een flinke serie foto's werden we door Oley alleen gelaten in het huis met als toevoeging dat hij wilde dat we geen schoenen aan hadden binnen.

Later kwam een jong meisje de kamer in met een heleboel servies. Ze dekte de tafel en nadat nog twee kinderen met andere spullen binnen kwamen kwam Oley weer bij ons langs voor het avondeten. Zoals een hoofdman betaamt ging hij aan de kop van de tafel zitten. Het eten bestond uit spinazie, rijst, spaghetti, groentesaus en bruine bonen. Oley had daarnaast nog een meelbal voor zich liggen. Het enige dat hij at was de meelbal met bruine bonen. Niet alleen vanavond, maar eigenlijk zijn leven lang at hij niets anders dan meelbal met bruine bonen.
Onder het eten werd Bart en mij duidelijk gemaakt dat we geen echte mannen zijn. Iemand die een vrouw eerst eten opschept en dan zichzelf is geen echte man. In de keuken staan, schoonmaken? allemaal not done voor een Masaļ man. Onder het eten werd veel gepraat over de verschillen tussen Europa, Tanzania en de Masaļ. Hij begreep niet hoe wij zo verstikt kunnen zijn in het ritme van slapen, werken, eten, tv kijken, slapen, werken, eten? Masaļ maken erg veel tijd vrij voor familie en men bezoekt elkaar vrijwel dagelijks. Geld heeft men amper nodig om gelukkig te zijn, al is het voor sommige families met 30 kinderen moeilijk rond komen van 80 dollar per jaar. Mannen hebben meerdere vrouwen, en hebben vaak ook veel kinderen. De broer van Oley heeft ongeveer 80 kinderen bij heel veel vrouwen. Zijn jongste vrouw is 21, hijzelf 78.

We hebben vandaag ook een nieuw woordje geleerd: Telkens als Oley stuitte op een voor hem vreemd iets bij ons westerlingen werden we door hem lachend uitgemaakt voor Mzungu. Mzungu is losjes vertaald een benaming voor een blanke.

Na het eten wilde Oley met ons een wandeling maken. De zaklampen mochten niet aan zodat we al snel in complete duisternis door struiken heen wandelden. Het zien van grote rotsblokken kostte ons al moeite, Oley zag kleine gaatjes in de grond zitten. Wij verpestten onze ogen volgens hem met al dat licht in onze steden. Na een half uurtje struikelen kwamen we aan bij een boerderijtje (zo rook het, zien konden we het niet) waar we door Oley tussen diverse andere Masaļ op een bankje werden neergezet. We konden niets verstaan van hun onderling gebrabbel, maar duidelijk was dat onze struikeltocht erg vermakelijk was voor de Masaļ. Na een tijdje kregen we een enorme mok met stinkende thee. De geitenmelk was duidelijk te ruiken. Met veel moeite heb ik de mok leeg kunnen drinken. Eigenlijk was het gewoon lekker, maar die lucht?! Het viel ook erg zwaar op de maag en omdat mijn maagklachten nog niet over waren merkte ik dat behoorlijk. Later hoorden we dat de thee is gemaakt van opgevangen regenwater met daarin geitenmelk, suiker en boomschors.

Tijdens het teruglopen zagen we een vliegtuig over komen dat net opgestegen was vanaf Kilimanjaro Airport. Het was supergaaf om de verlichting van het vliegtuig door de lucht te kunnen zien schijnen als gevolg van de totale duisternis die er hier verder heerst.
Na de wandeling snel onder de dekens gekropen in het lekkere bedje met iets te kleine klamboe.