15 Oktober

Het begin der mensheid

Een druk dagje vandaag, met een laatste stukje Serengeti, bezoek aan de Olduvai kloof en de transfer naar de Ngorongoro krater, dus vroeg opgestaan.
Reeds voor het ontbijt alle spullen ingepakt en klaargezet voor de reis naar Ngorongoro. Wat worden we trouwens handig in het inpakken en gebruiken van de rugzak tijdens onze verblijven op een campsite. Wie heeft er kasten nodig als er ook rugzakken zijn?
Het ontbijt was weer erg lekker, maar als men mij voor de vakantie had gezegd dat ik om 7 uur 's morgens aardappelblokjes met een soort van braadworst en omelet zou eten, had ik diegene voor gek verklaard. Na het ontbijt de auto ingeladen en op weg gegaan richting de Ngorongoro krater. Daarvoor dienden we de gehele Serengeti van west naar oost te doorkruizen.

Onderweg zijn we weer veel dieren tegengekomen en vlak nadat we een paar leeuwinnen hadden gezien kregen we voor de eerste keer deze vakantie autopech: Een lekke band.
William ging snel aan de slag om de band te vervangen, en wij moesten de auto uit. Nadat een andere auto was gestopt om William te helpen (onze krik paste niet onder de auto) kon William de band snel verwisselen. Ook Bert hielp hierin een handje.
Na een kleine twee uur rijden kwamen we aan in het 'centrum' van de Serengeti. Hier was een dorpje gesticht met diverse faciliteiten, waaronder een watershop en een garage. William dropte de lekke band hier langs en ging ondertussen water kopen. Reeds een kwartier later konden we de gerepareerde band ophalen. Tijdens het wachten wat foto's gemaakt van een zeer fraai natuurfenomeen: Een prachtige halo om de zon.

In de Serengeti betaal je een behoorlijke dag-fee om het park in te mogen, deze is geldig 24 uur (of twee keer 24 uur in ons geval) vanaf het moment dat je het park in komt. We moesten dus ook zorgen dat we weer rond dezelfde tijd het park zouden verlaten om te voorkomen dat William voor 5 man een extra fee zou moeten betalen. We hadden er dus lekker de vaart in, maar halverwege de tocht naar de uitgang stopte William toch even bij een watertje waar een aantal 'worsten'bomen langs stond. In één van de bomen lagen namelijk twee luipaarden te slapen. Eentje duidelijk zichtbaar, de ander iets hoger en wat minder duidelijk. Uiteraard keek ik weer glad langs de duidelijkst zichtbare luipaard heen. Deze safari inmiddels dus drie verschillende luipaarden gezien, geen gekke score!

Hoe dichter we bij de uitgang kwamen, hoe vlakker de Serengeti werd. Eindelijk zagen we in volle glorie waar de betekenis eindeloze vlakte vandaan kwam, want vlak was het (geen boom of struik meer te zien) en eindeloos leek het ook wel.
Plots, alsof iemand een handje rotsen over had bij de schepping van de aarde en dacht ik kieper ze hier maar neer, werd het vlakke landschap gesierd met een aantal rotsformaties 'Kopjes' genaamd.

Eén van deze rotsformaties wilde William ons niet onthouden. De naam van de kopjes in dit deel van de Serengeti is namelijk Simba-Kopjes, wat verwijst naar de leeuwen die vaak op deze rotsen liggen te slapen. Dat bleek ook ditmaal het geval, een kleine twintig leeuwen lag te relaxen op de warme rotsen. Even kort de tijd genomen voor een fotomoment, maar daarna toch onverbiddelijk door richting de uitgang van de Serengeti.
Bij de uitgang was een grote lunchplaats ingericht waar we onze inmiddels welbekende lunchbox in ontvangst namen. Aan één van de picknick tafels aten we onze banaan, nootjes, koekjes, zoete aardappel groentesoufflé, en wentelteefje op.

Na de lunch kregen we even de tijd om rond te lopen in het bezoekerscentrum met uitzichtpunt. Na een korte wandeling stonden we boven op de heuvel met prachtig uitzicht over de Serengeti. Dat de parken hier geen hekken en grenzen kennen voor dieren werd ook direct duidelijk. Dwars over de heuvel waren twee olifanten op hun gemak wat bomen aan het aftuigen. Mooi om ze zo dichtbij te zien zonder een auto om je heen te hebben.
De bult met mooi uitzicht was ook een ideaal punt om even wat foto's van elkaar te maken, zo bleek ook uit de vele safarigangers die even een fotootje kwamen maken. Op de weg terug kwamen we een hagedis tegen met een wel heel opvallende kleurencombinatie: Roze-Paars. WAUW, wat zal dat beest het moeilijk krijgen om vrouwtjes te overtuigen dat hij geen homo is.
Aan de voet van het uitzichtspunt was een klein souvenirwinkeltje die ook heerlijk koude 7 up en cola verkocht. Aangezien onze voorraad redelijk uitgeput was hebben we hier een aantal blikjes (tegen Europese prijzen) ingeslagen. Even daarna zagen we voor het eerst deze reis William met frisdrank lopen, waarschijnlijk een bedankje van de winkeleigenaar voor het aanleveren van klanten.

Na de lunchpauze verder gereden richting de Olduvai kloof. De weg naar deze kloof ging door een soort van woestijn landschap. Er groeide werkelijk helemaal niets in dit landschap tussen Serengeti en Ngorongoro in. Langzaam veranderde het dorre vlakke landschap in dor heuvelachtig landschap met een grote berg in de verte als richtpunt.
Toen de weg weer aardige gelijkenis begon te vertonen met de wegen in Kenia zagen we ineens een groepje auto's en gebouwen. Het bezoekerscentrum van de Olduvai kloof (Olduvai gorge). Deze kloof die deel uitmaakt van de great rift valley is bekend geworden omdat hier de oudste aanwijzingen van menselijk leven zijn gevonden. Menselijke voetstappen van 2,5 miljoen jaar oud zijn hier bewaard gebleven en later bloot komen te liggen. Vandaar ook de bijnaam: Cradle of Mankind.

De kloof zelf was niet supersensationeel om over uit te kijken. Een fraaie rotspartij in het midden was wel het enige wat de moeite echt waard was om naar te kijken doordat we de kloof helaas niet zelf in gingen. Toch 'had' het uitzicht wel iets, wetende dat hier de oudste menselijke resten ooit zijn gevonden. Het bijbehorende museum was al interessanter doordat hier veel uitgelegd werd over de vele opgravingen. Ook waren hier de voetstappen (reconstructie) te zien.

Vanaf de kloof weer verder gereden richting de hoge berg in de verte waar zich ergens de enorme Ngorongoro vulkaankrater moet bevinden. Langzaamaan klommen we hoger en hoger en na een lange hobbel rit keken we ineens de diepte in: De Ngorongoro krater. De bodem van deze krater van 20 bij 30 kilometer bevond zich ruim 600 meter onder ons. We vervolgden onze weg verder omhoog richting de campsite waar we deze nacht zouden overnachten.
Op de campsite aangekomen bleek het een drukte van jewelste. Vele tientallen (veelaal kleine) tenten stonden al opgesteld. Onze tenten helaas nog niet zodat we even moesten wachten om onze spullen er neer te kunnen leggen. We wilden wel helpen, maar het enige wat we mochten doen was het uitvouwen van de stoelen zodat we konden gaan zitten. Ondertussen werden we door jonge Masaļ continu met dezelfde vragen bestookt: Waar komen we vandaan, en willen we speren en kettinkjes kopen. Na 7x hetzelfde riedeltje wordt het toch echt vervelend.

Ondanks de nog redelijk aanwezige zon voelden we al dat we boven op een berg waren aangekomen: Het was op 2300m hoogte toch al best fris.
Een beetje ongemakkelijk hebben we in onze stoelen gezeten. Ongemakkelijk omdat het wel heel decadent voelt om in een stoeltje te zitten en te kijken naar een stel tentenbouwers dat jouw tent aan het opbouwen is voor je. Daarom maar de andere kant opgekeken waar een stel Deense meiden samen met hun gids probeerde de tent op te zetten, hetgeen een stuk minder soepel verliep als het opbouwen door onze tentenbouwers.

Nadat onze tenten waren opgezet en de spullen door ons in de tent waren gedropt konden we eindelijk gaan douchen. De campsite had aparte heren en dames douchegebouwen met toiletten erbij. Daarnaast ook nog een mess en een grote keukenplaats waar alle koks hun gang konden gaan. Echt fris rook het hier trouwens niet.
Helaas had ik het niet echt getroffen met de douche. Geen verlichting, geen slot op de deur en vrij koud water, maar het verfriste wel.

Inmiddels begon het al te schemeren en tegen de tijd dat we klaar waren voor het avondeten was het tentenkamp al in complete duisternis gehuld. Door de harde wind en de hoge ligging was het hier ijzig koud. Iedereen was dik aangekleed en de dekens werden tevoorschijn gehaald om tijdens het eten nog een beetje warm te zijn. Het eten bestond uit komkommersoep met daarna pasta met groentesaus. Het dessert was verrassend: Een bananenbeignet!
Na het eten had niemand nog zin om even te kletsen of te relaxen, zo koud was het inmiddels geworden. Onder een perfect heldere sterrenhemel de tanden staan te poetsen en met warme kleren en al onder de dekens voor een koude nachtrust.